Dr. Geert Vandendriessche, Orthopedie en Traumatologie

Informatie voor patiënten

Artrose en artritis - Artrose

Artrose

Artrose is gewrichtsslijtage: het kraakbeen van het gewricht verdwijnt geleidelijk waardoor bewegingsbeperking en pijn ontstaan. Deze aandoening kan de kwaliteit van het leven ernstig kan aantasten.

In België zouden naar schatting ongeveer 13 % van de mensen een of andere vorm van artrose vertonen. Drie keer meer vrouwen dan mannen worden aangetast.

Door de vergrijzing van de bevolking stijgt het aantal mensen met één of meerdere vormen van artrose. Maar ook bij jongere mensen is er een toenemend aantal gevallen samengaand met een veranderde levensstijl (vooral de veel meer intensieve, vaak overdreven en onoordeelkundige beoefening van bepaalde sporten).

Wat is artrose?

Artrose is een aandoening van het kraakbeen en het bot. Het kraakbeen wordt minder elastisch en gaat met de tijd barsten vertonen: in de plaats van een glad oppervlak te hebben wordt dit hobbelig; geleidelijk gaat de kraakbeenlaag verdunnen om tenslotte te verdwijnen.

Eens het kraakbeen verdwenen is gaan de boteinden — het bot zelf moet de inwerkende kracht opvangen in plaats van het kraakbeen — die het gewricht vormen tegen elkaar bewegen en hierdoor ook beschadigd worden waardoor de gewrichtsoppervlakken onregelmatig worden, botmisvormingen (zogenaamde “osteofyten“: bijvoorbeeld papegaaibekken aan de wervelzuil of knobbels aan de vingers) ontstaan, verharding van het botoppervlak dat net onder het kraakbeen is gelegen (subchondrale sclerose) en cysten hierin ontstaan. Uiteindelijk ontstaat een gewrichtsvervorming. Losse stukjes kraakbeen en bot kunnen vrijkomen in het gewricht: verdere vernietiging, blokkades van het gewricht en ontstekingsperiodes zijn hiervan het gevolg.

De subchondrale sclerose — die vaak duidelijk op gewone röntgenopnames te zien is — is het gevolg van een langdurige overbelasting van het gewricht waardoor in het subchondraal bot kleine barstjes ontstaan die helen en zo leiden tot een verdichting (verhoogde verkalking) van dit bot met verlies van zijn schokdemperfunctie voor gevolg. Deze functie dient overgenomen te worden door het kraakbeen wat tot sneller slijtage ervan leidt.

Er is een blijvende ontsteking met verdikking van het gewrichtsslijmvlies (waardoor er geen normaal gewrichtsvocht meer gevormd wordt); ook het buitenste harde deel van het gewrichtskapsel met de gewrichtsbanden gaat langzaam verdikken en minder soepel worden.

Artrose is een gewrichtsziekte die chronisch is d.w.z. toeneemt in de tijd en gepaard gaat met geleidelijk optredende gewrichtsstijfheid en pijn: deze pijn is mechanische pijn d.w.z. pijn die optreedt bij belasting van het gewricht.

In het verloop van de slijtage kunnen ook ontstekingsreacties optreden (men spreekt soms van “osteoartritis“ of ook nog van “actieve artrose“); bijvoorbeeld bij overbelasting zoals bij een lange wandeling, te zwaar werk of bij een verkeerde beweging kan een artrosegewricht geprikkeld worden: het gewricht voelt dan warm aan, het is gevoelig en gezwollen en er is ontstekingspijn (d.w.z. pijn die steeds aanwezig is en waarvan je ook ‘s nachts kunt wakker worden).

Wat zijn de symptomen van artrose?

De belangrijkste klacht is pijn die mechanisch is van aard: de pijn neemt toe bij belasting of gebruik van het gewricht en vermindert of verdwijnt zelfs bij rust of ontlasting. Niettemin kunnen er periodes zijn van ernstige pijn (ontstekingspijn): er is dan een ontstekingsreactie opgetreden wat dan vaak ook gepaard met warmte en een duidelijke zwelling van het gewricht. De pijn zou in het begin vooral het gevolg zijn van de aantasting van het gewrichtsslijmvlies en het gewrichtskapsel, later ook van de botaantasting die volgt op de progressieve slijtage van het kraakbeen.

Er is vaak gewrichtsstijfheid zeker zo de klachten al een tijdje bestaan: deze is vooral uitgesproken ‘s morgens (ochtendstijfheid) of als men een tijdje heeft stil gezeten (startstijfheid zoals bijvoorbeeld na een lange autorit). De stramheid verbetert of verdwijnt vaak als men enkele minuten in beweging is.

Als de aandoening gevorderd is kan er ook bewegingsbeperking optreden: dit kan samen met de stijfheid en pijn een normaal leven sterk hinderen.

Naargelang het gewricht dat aangetast is kan bij de gevorderde aandoening een min of meer blijvende zwelling (door overmatige vochtvorming door het ontstoken gewrichtsslijmvlies) en zelfs gewrichtsmisvorming (hiervoor gebruikt men soms de latijnse naam “artrosis deformans“) optreden: dit is vrij typisch t.h.v. de handen en de knieën.

Al deze klachten leiden tot een belangrijke functiebeperking van het aangetaste gewricht wat leidt tot een verminderde spiermassa.

Wat is de oorzaak van artrose?

Het ontstaansmechanisme van artrose is nog niet volledig opgehelderd.

Doorgaans is de oorzaak multifactorieël d.w.z. dat er verschillende factoren zijn die al of niet samen) tot de vernietiging van het kraakbeen kunnen leiden.

Leeftijd: een natuurlijk verouderingsproces waarbij gewrichten in kwaliteit achteruit gaan met de leeftijd wordt algemeen aanvaard (ongeveer 80 % van alle mensen boven de 75 jaar zouden een of andere vorm van artrose hebben); naarmate men ouder wordt verliest kraakbeen het vermogen tot herstel na langdurige belasting: het evenwicht tussen afbraak en herstel van kraakbeen is verstoord; boven de 50 jaar komt artrose meer voor bij vrouwen dan bij mannen (wat mogelijks kan wijzen op een hormonale factor); jonge mensen kunnen evenwel ook artrose ontwikkelen: er zijn dus ook nog andere factoren.

Erfelijkheid: in bepaalde families worden soms meerdere personen getroffen door artrose; vaak gaat het om een artrose die verschillende gewrichten aantast.

Overgewicht: knie- en heupgewrichten worden uiteraard meer belast naarmate het lichaamsgewicht groter is; gewichtsbeheersing is zeker een belangrijke maatregel bij het voorkomen van artrose van deze gewrichten.

Gewrichtstraumata’s: na een breuk, een ontwrichting of een verstuiking van een gewricht kan een onregelmatigheid in het gewricht blijven bestaan ook al werden deze correct behandeld; dit kan leiden tot een versnelde evolutie van het natuurlijk verouderingsproces van het gewricht en is een belangrijke oorzaak van artrose op jonge leeftijd; de toenemende sportbeoefening is hieraan ook niet vreemd.

Herhaalde bewegingen: sommige beroepen (dansers, naaisters, landbouwers) maar ook intense sportbeoefening (topsporters) kennen een grotere frequentie van artrose door het voortdurend uitvoeren van dezelfde bewegingen; dit plaatst zich boven op de natuurlijk slijtage en werkt deze in de hand.

Ziekten van het gewricht: reumatoïde artritis bijvoorbeeld, een ernstige vorm van reuma die met ontstekingen gepaard gaat, kan het kraakbeen in die mate aantasten dat dit leidt tot artrose; avasculaire necrose (d.w.z. afsterven van een klein deel van een gewrichtsoppervlak) kan snel tot een artrose in het gewricht leiden; hetzelfde geldt voor bepaalde groeiziekten zoals de ziekte van Perthes t.h.v. de heup of een afglijding van de heupkop: dit zijn aandoeningen die optreden op kinderleeftijd en reeds bij de jonge volwassene een ernstige slijtage kunnen veroorzaken.

Wat er ook van zij: bij de meeste gevallen wordt eigenlijk geen echte oorzaak gevonden (men spreekt van een primaire artrose en dit is zo bij ongeveer 85 % van de gevallen). Bij een secundaire artrose is wel een duidelijke oorzaak te vinden; de belangrijkste zijn: botbreuken, reumatoïde artritis, avasculaire necrose (d.w.z. afsterven van een klein deel van een gewrichtsoppervlak), septische artritis (ontsteking van een gewricht door een kiem) en aangeboren afwijkingen van een gewricht (zoals een abnormale ontwikkeling door een aangeboren ontwrichting van het heupgewricht).

Welke gewrichten worden meestal aangetast door artrose?

Artrose kan elk gewricht aantasten; meestal wordt slechts één gewricht aangetast, soms twee maar het kunnen er ook meerdere zijn (men spreekt dan van poliartrose).

De meest frequent aangetaste gewrichten zijn: de halswervelzuil, de kleine gewrichten van de hand (in het bijzonder het gewricht van de duimbasis), de onderrug, de knieën en de heupen.

Artrose komt veel minder voor t.h.v. de schouders, ellebogen of polsen en is dan veelal het gevolg van een trauma of herhaalde bewegingen bij bepaalde beroepen.

Hoe wordt de diagnose van artrose gesteld?

Er wordt uiteraard aan gedacht als je de klachten ervan hebt: een pijnlijk gewricht (bv. liespijn bij een artrose van het heupgewricht), stijfheid ‘s morgens of na een eindje rust, vervorming, bewegingsbeperking. Vaak wordt ook een “barometer“ vermeld: alhoewel vochtige koude vaak vermeld wordt bij het ontstaan of verergeren van de klachten is dit geen oorzaak van het ontstaan van artrose.

Vooreerst wordt de medische voorgeschiedenis (anamnese) nagevraagd: is er een breuk geweest in het gewricht, een val met een belangrijke kneuzing of verstuiking van het gewricht of een operatie (bv. aan de meniscus van de knie), wat zijn de werkomstandigheden, welke sporten of hobby’s worden beoefend, zijn er nog personen in de familie met gelijkaardige klachten.

Het lichamelijk onderzoek toont of er een zwelling is, een beperking van de beweeglijkheid is, een vervorming (bijvoorbeeld toenemend O-been bij artrose van de knie) of kraken van het gewricht zijn, of er vermindering van het spiervolume is, of er overgewicht is.

De diagnose wordt uiteindelijk met zekerheid gesteld door medische beeldvorming. Een gewoon radiografisch onderzoek volstaat meestal doch soms zijn andere onderzoeken (zoals een CT-scan, een NMR of een botscan) noodzakelijk.

De diagnose van gevorderde artrose is inderdaad met gewoon radiografisch onderzoek zeer gemakkelijk gezien de duidelijke afwijkingen van het bot.

In gevallen waar er slechts weinig klachten zijn en er geen duidelijke afwijkingen zijn op gewoon radiologisch onderzoek (kraakbeen is niet rechtstreeks zichtbaar met gewoon radiografisch onderzoek en zelfs niet met een gewone CT-scan) gaat het doorgaans om beperkte of gelokaliseerde (focale) letsels: dan kan een NMR en/of artro-CT noodzakelijk zijn. Zeer gesofisticeerde onderzoeken — doch die nog niet in de kliniek courant beschikbaar zijn — laten zelfs niet alleen visualisatie toe van de structuur (morfologische beeldvorming) maar ook van de werking (fysiologische beeldvorming) van het kraakbeen. De diagnose van dergelijke beperkte letsels is uiteraard belangrijk omdat aldus een vroegtijdige behandeling mogelijk is zodat evolutie naar een meer uitgesproken slijtage op zijn minst vertraagd wordt. Het vroegtijdig vast stellen van beperkte letsels in de knie is gemakkelijker dan in de heup gezien dit laatste gewricht een kogelgewricht is met een eerder dunne kraakbeenbedekking van de botten die het gewricht vormen.

Er dient tenslotte gezegd dat de beste manier om een kraakbeenletsel vast te stellen en te omschrijven een kijkoperatie is: een zogenaamde diagnostische artroscopie blijft de gouden standaard voor de diagnose van kraakbeenletsels.

Een bloedonderzoek toont bij artrose geen afwijkingen maar mogelijks wel bij bepaalde vormen van artritis (een gewrichtsaandoening die uiteindelijk ook tot artrose leidt). Momenteel wordt evenwel gewerkt aan technieken voor het bepalen van stoffen in het bloed om een beperkte artrose (zonder klachten of met zeer beperkte klachten) te kunnen vast stellen en opvolgen doch deze behoren nog niet tot de routineonderzoeken.

In sommige gevallen kan ook een onderzoek van het gewrichtsvocht (dat met een kleine naald uit het gewricht wordt genomen) belangrijk zijn; zo zijn er belangrijke verschillen in samenstelling van dit vocht tussen een artrose en een artritis.

Wat is de behandeling van artrose?

Artrose kan niet genezen worden; de evolutie kan wel vertraagd worden en de klachten kunnen behandeld worden.

Hetgeen hieronder vermeld wordt zijn algemene richtlijnen; een behandelingsschema dient steeds individueel aangepast aan de patiënt: dit gebeurt tijdens de raadpleging.

Het doel van de behandeling moet functioneel zijn: je moet je zelfstandigheid behouden (bv. bij het wandelen, baden, aankleden, toiletgebruik, huishouden) d.w.z. een zo actief mogelijk leven kunnen leiden met een goede levenskwaliteit door het verminderen van de pijn en het verbeteren van de functie.

Uiteraard is de behandeling — benevens van het gewricht dat aangetast is — ook afhankelijk van de mate van aantasting van het kraakbeen: het is duidelijk dat de aanpak van een beperkt kraakbeenletsel anders is dan deze van een uitgesproken artrose.

Preventie

Gezonde leefgewoonten kunnen helpen bij het milderen van de klachten en bij het afremmen van de evolutie. Preventie is dus belangrijk: centraal hierbij zijn het vermijden van overgewicht en een gezond evenwicht tussen rust en beweging (onbelast bewegen). Aangepaste oefeningen zoals fietsen, wandelen en zwemmen alsmede aanpassen van de dagdagelijkse handelingen (zoals bijvoorbeeld vermijden van het dragen van zware lasten) zijn belangrijk doch bij de oefeningen blijft steeds het motto: niet forceren! Er wordt ook aangeraden tijdens ontstekingsperiodes tijdelijk rust in acht te nemen tot de ontstekingspijn wat afneemt.

Gebruik van een wandelstok (langs de gezonde zijde) bij artrose van de onderste ledematen kan het stappen makkelijker maken; ook steunzolen, aangepast schoeisel en het dragen van een steunverband (brace) kunnen nuttig zijn.

Medische behandeling

Geneesmiddelen kunnen vaak lange tijd helpen: aanvankelijk kan de last nog onder controle gehouden worden met een gewone pijnstiller zoals paracetamol (een maagdarmslijmvlies-vriendelijk geneesmiddel) doch vaak (en zeker bij ontstekingsperiodes) kunnen zogenaamde niet-steroïdale ontstekingsremmers (N.S.A.I.D’s d.w.z. ontstekingsremmers zonder een corticoïdpreparaat) noodzakelijk worden; deze laatste kunnen wel een prikkeling van het maagdarmstelsel geven doch de laatste generaties zijn op dat gebied wel beter dan hun voorgangers. Desnoods kunnen ze samen met een maagbeschermer genomen worden. Zij remmen de ontsteking af en verminderen daardoor de pijn.

Voor bepaalde gewrichten kan ook locaal een langwerkend corticoïdpreparaat (cortisone) in het gewricht ingespoten worden (dit wordt een infiltratie genoemd): dit kan zeker wanneer de ernstige hinder bij een ontstekingsperiode niet wijkt met andere geneesmiddelen.

Vaak wordt gebruik gemaakt van een infiltratie met een product op basis van hyaluronzuur (zogenaamde viscosupplementatie): hierdoor zou de gewrichtsvloeistof viskeuzer gemaakt worden (toename van de visco-elasticteit); er zou ook een toename zijn van de circulatie van het nog aanwezige gewrichtsvocht, een normaliseren van de productie ervan alsmede een afname van de afbraak ervan.

Het uitwendig aanbrengen van locale geneesmiddelen (crèmes, gels) wordt ook vaak voorgesteld en kan wellicht bij kleine en oppervlakkige gewrichten nut hebben.

Tevens dient gewezen op het gebruik van chondroïtinesulfaat en glucosamine als voedingssupplement; deze producten zouden nuttig zijn bij het in standhouden van het kraakbeen. Zeker is dat deze producten, willen ze enig effect hebben, langdurig, regelmatig en in vrij grote hoeveelheid moeten ingenomen worden. Hetzelfde geldt voor collageenproducten. Wat betreft de werking van glucosamine (dat het beste resultaat zou geven in kristallijne vorm) weet men nu dat het verschillende stoffen die aanleiding geven tot de afbraak van kraakbeen afremt. Men spreekt soms van SMOAD (symptoms-modifying osteoarthritis drug) of DMOAD (disease-modifying osteoarthritis drug).

Tenslotte dienen uiteraard nog vermeld: kinesitherapie (oefentherapie), ergotherapie (die zich richt op het behoud van de zelfredzaamheid o.a. door het aanleren van het gebruik van bepaalde hulpmiddelen om dagdagelijkse handelingen ondanks artrose toch te kunnen verrichten) en fysiotherapie (d.w.z. een behandelingsvorm die fysische principes zoals bijvoorbeeld warmte en koude gebruikt): deze kunnen voor bepaalde vormen van artrose nuttig zijn bij pijnstilling en onderhoud van de spierkracht en de beweeglijkheid; meestal echter vormen zij een zeer belangrijk onderdeel van de postoperatieve behandeling van artrose.

Operatieve behandeling

Als de klachten niet meer kunnen gemilderd worden door niet operatieve behandelingsmiddelen dat kan een operatieve behandeling uitkomst bieden.

Soms wordt onmiddellijk een chirurgische ingreep voorgesteld: als de artrose te ver gevorderd is (bijvoorbeeld bij een belangrijke bewegingsbeperking of asafwijking) maar ook bij eerder beperkte letsels omdat door een vroegtijdige operatieve ingreep verdere evolutie naar een meer uitgesproken artrose wordt vertraagd.

De toegepaste techniek is uiteraard afhankelijk van de graad van kraakbeenschade en van het gewricht zelf.

De artroscopie (kijkoperatie) is een ingreep waarbij in een gewricht wordt gekeken: zij laat niet alleen toe het gewricht van binnen te bekijken (en dus een bilan te maken van de schade: een zogenaamde diagnostische artroscopie blijft het beste middel om kraakbeenletsels te zien) doch zij laat ook behandelingen toe.

Vooral gebruikt voor het kniegewricht wordt de artroscopie tegenwoordig ook op tal van andere gewrichten (zoals schouder, heup en enkel) toegepast.

Tal van artroscopische behandelingen (doorgaans toegepast in het kniegewricht) zijn mogelijk. Wil je meer lezen over de behandeling van kraakbeenletsels en artrose van het kniegewricht dan kun je dit op de link Artrose (gonartrose) en artritis van de knie en op mijn website www.orthopedie-knie.be.

De osteotomie (d.w.z. het “breken“ van een been om de richting ervan te veranderen waardoor de belasting van een gewricht verbetert) is een behandelingsmethode die, ook al wordt deze een beetje in de hoek geduwd door de enorme evolutie van de prothesechirurgie, zijn plaats blijft behouden: vooral bij unicompartimentele artrose van de knie bij jongere mensen met een asafwijking kan deze chirurgische techniek nuttig zijn (correctie van een O-been of een overdreven X-been). Vaak vormt deze ingreep trouwens onderdeel van een andere behandeling. Best wordt zij vooraf gegaan door een artroscopie om te zien of een osteotomie nog wel een zinvolle behandeling is.

Volledigheidshalve wordt hier nog de artrodese (d.w.z. het vastzetten van een gewricht) vermeld doch deze ingreep wordt nog slechts zeer uitzonderlijk uitgevoerd in het kader van een artrosebehandeling. Het plaatsen van een prothese blijft naderhand mogelijk in bepaalde gevallen.

In veel gevallen dient uiteindelijk het beschadigde gewricht volledig of gedeeltelijk vervangen te worden door een prothese (kunstgewricht). Alhoewel vooral toegepast op heup- en kniegewricht wordt deze behandelingsmethode tegenwoordig ook op veel andere gewrichten (zoals bijvoorbeeld duimbasis en schoudergewricht) toegepast.