Dr. Geert Vandendriessche, Orthopedie en Traumatologie

Informatie voor patiënten

Verdoving (anesthesie)

Wat is anesthesie?

Het woord anesthesie betekent letterlijk “ongevoeligheid voor pijn”. Een anesthesie wordt verricht door een geneesheer die hierin is gespecialiseerd — een anesthesist; deze geneesheer is ook verantwoordelijk voor de opvolg (observatie van bloeddruk, ademhaling, hartritme …) in de onmiddellijke periode na een ingreep.

Algemene anesthesie of regionale anesthesie

Er zijn twee vormen van anesthesie: een algemene anesthesie en een regionale anesthesie.

Bij een algemene anesthesie (soms ook “narcose” genoemd) wordt het ganse lichaam verdoofd d.m.v. producten die op de hersenen inwerken; een lichte vorm hiervan wordt soms toegepast en noemt men “sedatie”. De producten die op de hersenen inwerken worden in het lichaam gebracht langs een ader (in een “baxter”) of langs de mond (via een masker) of langs beide. Deze producten veroorzaken een kunstmatige slaap tijdens dewelke de anesthesist d.m.v. zeer vernuftige toestellen onder meer de werking van uw hart, uw ademhaling en uw nieren volgt. Soms is het nodig een beademingstoestel te gebruiken dat via een masker dat in de mond of een buisje dat in de luchtweg wordt gebracht de zuurstofvoorziening controleert.

Bij een regionale anesthesie (soms ook plaatselijke verdoving genoemd) wordt enkel een deel van het lichaam verdoofd door inwerking op de zenuwen van betrokken lichaamsdeel; soms wordt deze vorm van anesthesie gecombineerd met een algemene anesthesie zodat er na de ingreep minder pijn is eens de algemene verdoving is uitgewerkt. Er wordt rond de zenuw van een bepaald lichaamsdeel een geneesmiddel (een locaal anestheticum) ingespoten. Naargelang de lichaamsstreek heeft men deze vorm van anesthesie een andere naam zoals epidurale of rachi-anesthesie voor de onderste helft van het lichaam, een plexus-anesthesie voor het bovenste lidmaat of een Bierblok voor de hand.

Welke vorm bij u wordt toegepast is afhankelijk van verschillende factoren doch dit wordt uiteindelijk beslist door de anesthesist.

Pre-anesthetisch onderzoek

Als voorbereiding voor de anesthesie wordt uw medisch dossier door de geneesheeranesthesist nagekeken. Dit laat toe de eventuele risico’s van de bij u geplande ingreep te bepalen en aldus de nodige voorzorgsmaatregelen te treffen. Heel belangrijk is daarvoor het juist invullen van de preoperatieve vragenlijst. Als volwassen persoon kun je de lijst best samen met je huisarts, invullen; voor kinderen dient de lijst ingevuld te worden door de ouders of de voogd. Hierbij zijn onder andere zeer belangrijk: geneesmiddelen die gebruikt worden, een allergie (overgevoeligheid) op bepaalde producten, reacties op een eerder verdoving of gevallen daarvan in de familie.

Doorgaans word u door de anesthesist gezien de avond vóór de ingreep in het geval van een grote ingreep vermits u hiervoor de dag vóór de operatie wordt opgenomen; bij ingrepen in de dagopname word u gezien net vóór de ingreep. Eventuele vragen kun je dan steeds stellen aan de anesthesist.

Er dient vermeld dat de anesthesist die je vóór de ingreep ziet niet altijd de persoon is die de verdoving zal uitvoeren; wees hieromtrent niet ongerust: uw dossier wordt uiteraard doorgegeven.
Nuchter blijven.

Uw maag moet leeg zijn voor de ingreep

Vanaf middernacht mag u dus niet meer eten en ook niet meer drinken (ook geen water) zoniet wordt de ingreep uitgesteld. Best stopt u ook met roken in afwachting van de anesthesie.

Als u geneesmiddelen inneemt wordt door de anesthesist bepaald of u deze toch nog de dag van de ingreep ‘s morgens vóór de ingreep mag nemen of niet: soms mag u ze inderdaad wel innemen met een kleine hoeveelheid water maar soms ook niet. In het laatste geval worden ze dan vervangen door geneesmiddelen die via de baxter worden gegeven.

Bepaalde geneesmiddelen moeten dagen tot zelfs één week of meer vóór de ingreep gestopt worden; dit is vooral het geval bij bloedverdunners die de stolbaarheid van het bloed sterk beïnvloeden en zodoende gevaarlijk kunnen zijn bij een operatieve ingreep. Deze geneesmiddelen worden dan door andere geneesmiddelen die niet interfereren met de bloedstolling vervangen.

Premedicatie

Vaak wordt u enige tijd vóór de ingreep wel medicatie toegediend met het doel u rustiger te maken en goed voor te bereiden voor de ingreep.

Tijdens de anesthesie

Tijdens de verdoving word je voortdurend en nauwgezet gevolgd door de geneesheeranesthesist teneinde de ingreep veilig te laten verlopen.

Hij maakt hierbij gebruik van zeer gesofisticeerde toestellen die alle belangrijke (vitale) parameters voortdurend volgen tijdens de ingreep.

Het ontwaken: terug tot het bewustzijn komen

Na de ingreep verblijf je min of meer lange tijd op de ontwaakzaal (recovery).

Denk zeker niet dat een lang verblijf in de ontwaakzaal betekent dat er verwikkelingen zijn. Verblijf in de ontwaakzaal laat niet alleen toe je te bewaken tot herstel van het bewustzijn (u wordt gevolgd tot bloedsomloop en ademhaling weer hun normale werking hebben hernomen) doch laat ook toe ook de onmiddellijke evolutie na de ingreep op te volgen (zoals bv. bloedverlies in de operatiewonde) en voor voldoende pijnstilling te zorgen.

In het geval van een algemene verdoving is het herstel van het bewustzijn afhankelijk van de gebruikte producten, van de leeftijd, van het lichaamsgewicht en van de werking op nieren, lever, longen en hart.

Na een regionale anesthesie herstelt de verdoofde zenuw progressief: je been nog niet kunnen bewegen of geen gevoel hebben mag u niet ongerust maken.

Verwikkelingen

Allergie

Een overgevoeligheid op een of ander gebruikt geneesmiddel is steeds mogelijk.

Ook op latex (rubber doorgaans aanwezig in de handschoen van de chirurg) kan je allergisch zijn: in veel gevallen is dit onbekend; in andere gevallen is het u bekend: dit moet u zeker vermelden in de preoperatieve vragenlijst zodat de nodige voorzorgsmaatregelen kunnen genomen worden.

Een allergie kan met ernstige reacties zoals bijvoorbeeld daling van de bloeddruk, huiduitslag en reactie van de luchtwegen gepaard gaan.

Misselijkheid en braken

Ondanks de geneesmiddelen waarover men tegenwoordig beschikt kunnen deze vervelende bijwerkingen na een verdoving nog steeds voorkomen.

Het optreden is afhankelijk van verschillende factoren zoals het soort ingreep, de ligging tijdens operatie, het gebruik van bepaalde pijnstillende geneesmiddelen.

Ook als u niet volledig nuchter bent kan deze verwikkeling optreden.

Heesheid, droog gevoel in de mond en de luchtpijp

In het geval van een algemene verdoving wordt doorgaans een buisje (tube of masker) in de luchtpijp geplaatst om de zuurstoftoevoer mogelijk te houden: dit wordt tussen de stembanden of in de keelholte gebracht wat prikkeling hiervan kan veroorzaken met heesheid die soms enkele dagen kan duren voor gevolg.

Moeheid, geheugen- en concentratiestoornissen

Een verdoving kan een stoornis in geheugen en concentratie veroorzaken: de duur hiervan wisselt van patiënt tot patiënt doch is gemiddeld toch een tweetal uur. Dit wil zeggen dat u zich de inlichtingen die u over de uitgevoerde ingreep krijgt na een tweetal uur vlot kunt herinneren; het heeft geen zin vroeger uitleg aan de chirurg te vragen vermits u zich de informatie later toch niet kunt herinneren en aldus geen inlichtingen kunt geven, bijvoorbeeld aan uw familie zo die er om vraagt.

Moeheid is ook mogelijk en dit kan zelfs enkele dagen duren doch dit is eerder zeldzaam.

Bewustzijnsstoornissen

Deze zijn het gevolg van de geneesmiddelen die gebruikt worden voor de verdoving doch de uitwerking van deze producten is zeer snel; producten gebruikt om je rustig te houden (zoals de premedicatie die je eventueel krijgt vóór de ingreep) alsmede pijnstillers (die precies veel gebruikt worden in de onmiddellijke postoperatieve periode) kunnen het bewustzijn langere periodes aantasten. Vandaar dat het besturen van een voertuig gedurende 24 uur na een verdoving niet is toegelaten.

Ernstige verwikkelingen

Ernstige verwikkelingen zijn uitzonderlijk. Het voorkomen ervan is in feite onvoorstelbaar.

Heb je kennis van een dergelijke verwikkeling in de familie dan moet je dit zeker mededelen aan de geneesheeranesthesist.

Vragen hieromtrent kun je vóór de verdoving altijd stellen aan de geneesheeranesthesist.